Doof Doof Communicatietips Communicatietips Doofblind Doofblind Literatuur Literatuur E-mail E-mail
Gebarentaal Gebarentaal Gebarencursus Gebarencursus Vierhanden-alfabet Vierhanden-alfabet Links Links Disclaimer Disclaimer
Handalfabet Handalfabet Gebarenavonden Gebarenavonden Artikelen Artikelen Ikke Ikke Openingspagina Openingspagina

GEBARENTAAL

Iemand die nooit heeft kunnen horen, weet niet eens wat geluid s. Dan is het niet logisch om als eerste taal een taal te leren die geluid als basis heeft. Voor doven ligt een visuele taal daarom het meest voor de hand, een gebarentaal dus. Vandaar de uitspraak: 'gebarentaal is de natuurlijke taal van doofgeboren mensen'.

Volwaardige taal

Gebarentalen hebben een eigen gebarenschat, eigen grammatica en eigen uitdrukkingen. Het zijn volwaardige talen, waarmee je alles kunt 'zeggen' wat je maar zou willen. Van een luchtig gesprek over koetjes en kalfjes tot een heftige vergadering, van diepe discussies tot pozie. Het idee dat gebarentalen een soort pantomime zijn, is dus echt verkeerd!
Net als gesproken talen zijn gebarentalen op een natuurlijke manier ontstaan. Gebarentalen zijn niet bedacht en zijn ook zeker niet afgeleid van gesproken talen.

Niet internationaal

Net zoals gesproken talen zijn gebarentalen ontstaan, toen mensen behoefte kregen aan communicatie. Op elke plaats waar groepen mensen woonden zijn gesproken talen ontstaan; op elke plaats waar groepen dove mensen woonden zijn gebarentalen ontstaan. Daarom zijn gebarentalen niet internationaal. Gebarentalen zijn over het algemeen landstalen, vaak met verschillende dialecten. Vreemd genoeg is niemand verbaasd over het feit dat er honderden verschillende gesproken talen bestaan, maar vindt iedereen het maar 'dom van die doven dat ze niet n gebarentaal hebben'...

En Nederlandse Gebarentaal

In Nederland wordt de Nederlandse Gebarentaal (NGT) gebruikt. Mensen denken vaak dat Nederland verschillende gebarentalen kent, maar dat is niet waar. De grammatica van de NGT en veel uitdrukkingen zijn overal in Nederland hetzelfde.
Maar er bestaan in Nederland wel vijf varianten, die zijn ontstaan rond de vestigingsplaatsen van de doveninstituten. Daardoor zijn sommige gebaren regionaal anders, op dezelfde manier als dialecten bij gesproken talen. Voor beginners zijn de varianten weleens verwarrend, maar ervaren gebaarders hebben er geen enkele moeite mee.

Erkenning

In 1988 heeft het Europees Parlement gebarentalen officieel erkend als de taal van doven. Tot nu toe heeft de Nederlandse regering die erkenning echter niet overgenomen. De NGT is dus nog geen officile taal, zoals bijv. het Fries wl een officile taal is. De voorwaarden waarop de NGT erkend moet worden is op het moment nog een punt van discussie. Maar de verwachting is dat het binnen uiterlijk enkele jaren rond is.
Ondertussen wordt er al sinds 1985 taalkundig onderzoek gedaan naar de NGT, aan de Universiteit van Amsterdam bij de faculteit Algemene Taalwetenschappen. En in september 1998 is een opleiding voor tolk en docent NGT gestart aan de Hogeschool van Utrecht.

Handalfabet

Het Nederlands handalfabet is een (klein) onderdeel van de Nederlandse Gebarentaal. De NGT heeft voor alle begrippen een gebaar; het handalfabet voor elke letter van het Nederlandse alfabet een aparte handvorm. Het handalfabet wordt vooral gebruikt als hulpmiddel voor het uitspellen van namen. Vooral horende mensen gebruiken het ook voor het spellen van woorden waarvoor ze het gebaar (nog) niet weten.

Doof-blinden

Een aparte groep doven is de groep doof-blinden. Ondanks het woord 'doof-blind' zijn de meeste doof-blinden niet zowel volledig doof als volledig blind. Het is een verzamelnaam voor alle varianten in de combinatie slechtziendheid/blindheid en slechthorendheid/doofheid.
Doof-blinden die doofgeboren zijn en later slechtziend/blind zijn geworden, hebben een dove achtergrond. Zij beheersen over het algemeen de Nederlandse Gebarentaal en het handalfabet. Maar het is voor hen niet meer mogelijk om zonder aanpassingen op deze manier te communiceren. Ze zien immers nog maar weinig of zijn volledig blind en moeten dus voelen om te kunnen communiceren. Daarom bestaan er voor deze groep doof-blinden de vierhanden-gebarentaal en het vingerspellen-in-de-hand.

Vierhanden-gebarentaal

Bij de vierhanden-gebarentaal wordt gebruik gemaakt van dezelfde gebaren als bij de Nederlandse Gebarentaal. Het verschil is dat de doof-blinde tijdens het gebaren losjes de handen van de gesprekspartner vasthoudt. Zo kan hij/zij voelen wat de ander gebaart. De meeste gebaren zijn op deze manier even duidelijk te voelen als ze normaal gesproken kunnen worden gezien. Alleen voor gebaren waarbij het mondbeeld (orale of gesproken component) erg belangrijk is, moet een aangepast gebaar worden gebruikt.

Vingerspellen-in-de-hand

Het vingerspellen-in-de-hand is direct afgeleid van het gewone handalfabet. Iemand die het Nederlands handalfabet kent, kan dus ook vingerspellen-in-de-hand. Men drukt de letter in de handpalm van de doof-blinde. De regel is dat men met rechts spelt in de rechterhand van de doof-blinde. Een ervaren persoon kan de letters sneller voelen dan het oog kan volgen.

Nederlands ondersteund met gebaren

Niet iedereen kan goed uit de voeten met de NGT. Veel (ernstig) slechthorenden en plots- en laatdoven kunnen niet (meer) op de voor horenden normale manier communiceren, maar ze beheersen ook geen Nederlandse Gebarentaal. En ook in de communicatie tussen doven en horenden is NGT voor de horende persoon vaak niet haalbaar. Daarom wordt er ook wel een tussenvorm gebruikt: het Nederlands ondersteund met gebaren (NmG). Bij NmG wordt Nederlands gesproken, waarbij dit ondersteund wordt met gebaren uit de NGT, als een soort ondertiteling. Het volgt dus gewoon de grammatica van het Nederlands. NmG is dan ook geen echte taal, maar het is een kunstmatige tussenvorm van het Nederlands en de NGT.

Niet alleen voor doven

Gebaren is trouwens niet alleen voorbehouden aan doven en slechthorenden. Het wordt ook veel gebruikt bij mensen voor wie spreken op de een of andere manier niet logisch of mogelijk is. Bijv. door mensen die autistisch zijn of een verstandelijke handicap hebben. Soms kun je die mensen beter op een visuele manier bereiken. NmG of een afgeleide daarvan blijkt in deze situaties vaak een uitkomst te zijn.
Verder worden gebaren ook gebruikt door mensen die niet of (zeer) moeilijk kunnen spreken, omdat ze om een of andere reden niet verstaanbaar kunnen spreken of bijv. ernstig stotteren.
En als laatste wordt er door horenden ook gebruik gemaakt van gebaren op plaatsen waar praten of verstaan niet mogelijk is. Bijv. door grondpersoneel op vliegvelden en DJ's vanwege het lawaai, op de beursvloer of door duikers onder water.

Het informatieblad "Gebarentaal" is overgenomen van Oorakel informatie en advies. Met dank!

Terug naar boven